recente columns      

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

Voor de columns van de afgelopen twee jaar: Misschien snap ik het wel niet

Bewegen
(28 april 2018
)

Vorige week had ik het over onze volleybalclub. Ik was een
enthousiast lid, hoewel ik van nature geen echte sportman ben. Het
was ook vooral een gezelligheidsclub.
Toen ik jong was kon ik wel, zonder dat ik er voor had getraind,
behoorlijk ver springen en hard lopen, maar dat had meer met mijn
relatief lange benen dan met mijn sportieve inborst te maken. Onze
gymnastiekleraar probeerde me regelmatig te bewegen om lid te
worden van Deltasport, de atletiekvereniging in Zierikzee, overigens
ook de vereniging van dat fantastische volleybalteam dat we
onverwacht wisten te verslaan, maar ik had daar helemaal geen trek
in. Wat dat betreft was ik een moderne jongen: ik had geen zin om me
te binden. Zo’n lidmaatschap brengt allerlei verplichtingen met zich
mee waarvan de wekelijkse training me nog het minst trok. En
gelukkig vonden mijn ouders het ook niet nodig dat ik structureel aan
sport ging doen, indachtig de woorden van Paulus dat ‘lichamelijke
oefening van generlei nut’ zou zijn! Dat je als christelijke jongeman
diende te woekeren met je talenten was dan wel waar, maar dat ging
meer over talenten waar je iets aan had. Ik moest wel elke dag mijn
huiswerk maken, zeg maar!
Deze week las ik een conclusie uit een onderzoek naar het bewegen
van de hedendaagse jeugd. Ze worden tot hun twaalfde jaar in de
auto, of in een karretje achter de fiets, naar school gebracht, en als ze
dan naar de middelbare school gaan blijken ze niet zo handig op de
fiets uit de voeten te kunnen. Wij kregen vroeger verkeersles op
school. Ook wordt er te weinig buiten gespeeld. Ze zitten maar te
gamen of anderszins te computeren, wat ook weer slecht is voor je
nekwervels geloof ik, en staren naar een televisie met je hand onder
je kin zorgt weer voor andere problemen, kortom, het valt niet mee om
een beetje gezond op te groeien. En nou ik het over gezond
opgroeien heb moet ook mijn biertje genoemd dat ik vooral niet
dagelijks moet drinken, omdat er per glas een half uur van mijn
levensverwachting af schijnt te gaan. Ik snap dan niet hoe dat is
onderzocht, want de respondenten op zo’n onderzoek lijken me niet
echt in staat om bij voorbaat alvast hun sterfdatum door te geven.
Terug naar het bewegen: “Kinderen kunnen niet meer touwzwaaien!”
Dat schijnt ook te maken hebben met het feit dat er in het onderwijs
bezuinigd wordt op vakleerkrachten gymnastiek. Dat is natuurlijk niet
handig als je vindt dat we veel moeten bewegen, aan de andere kant,
een mens kan zich ook bewegen zonder dat er iemand bij is die dat
voor je organiseert.
Wij kregen vroeger gymnastiek van onze eigen meester. Dat was de
man die ons ook leerde rekenen en elke dag een psalm met ons
zong. Vaak deed hij ons voor wat we moesten doen, zoals over een
bok springen. Dan trok hij zijn jasje even uit. Meestal deden we trefbal
of grensbal. Maar een enkele keer moesten we ook touwklimmen en
touwzwaaien. Meester had ook zijn EHBO-diploma en dat kwam goed
uit toen een klasgenoot van me uit het zwaaiende touw sprong en
pardoes tegen de muur klapte die, ik vertelde het vorige week, nooit
ver weg was. Ik bedoel maar: touwzwaaien kon toen ook niet
iedereen!
“Gelukkig hebben we tegenwoordig de Koningsspelen,” hoorde ik
iemand op tv zeggen. Dus één keer per jaar bewegen de kinderen in
ieder geval!

In Fis Groot
(5 mei 2018
)

Het was Koningsdag. In ons dorp was veel te zien. Het begon al met
grote groepen mensen die bij ons in de buurt hun auto parkeerden en
via een verplichte wandelroute allemaal bij ons huis langs kwamen.
Ze passeerden zowel de achterzijde, de zijkant als ook de voorgevel.
En op de terugweg ging het in omgekeerde volgorde. Ik was blij dat
we niet in Jericho wonen! Overigens zorgde de organisatie in de loop
van de dag met behulp van grote hekken dat een mogelijke sluiproute,
waarmee de afstand behoorlijk kon worden ingekort, niet meer
gebruikt kon worden. Dit om te voorkomen dat de voetgangers op een
smal weggetje de vele auto’s zouden tegenkomen die nog op weg
waren naar de parkeerplaats toe. Veiligheid hoog in het vaandel.
Vele duizenden mensen kwamen langs om een dorp vol rommel te
bezoeken. Wijzelf deden er dapper aan mee. Tweemaal. Eerst ’s
morgens en ook nog eens ’s middags, toen ik in de gelegenheid was
een kinderwagen voort te duwen die uitstekende diensten kon
bewijzen als voorzichtige bulldozer! Het was genieten van een droge
dag met onverwachte ontmoetingen met oude bekenden en nieuwe
dorpsgenoten, en de aankoop van een nieuw hoesje voor mijn
huissleutels.
Tussendoor zagen we thuis op de televisie stukjes van de Koningsdag
in Groningen. Dat hadden ze mooi gedaan daar in de stad! We zagen
de slottoespraak van onze vorst en we hoorden het Wilhelmus. Er is
nogal eens commentaar op dat lied. Meestal op de tekst. Maar ook de
melodie heeft zo zijn bezwaren. Ik vind het, als hij in G wordt gespeeld
tamelijk hoog, je moet dan een hoge e zingen. Maar in F wordt hij
weer wat laag, met die lage c’s er in. Enigszins een dilemma zou je
kunnen zeggen.
In Groningen op Koningsdag ging het in F. Maar op de een of andere
manier klonk het veel hoger. Ik verbeeldde me dat het in As of A was.
Gelukkig kun je alles terugvinden op het wereldwijde web, en het
bleek dus inderdaad gewoon F te zijn, maar de melodie werd een
octaaf hoger meegespeeld door het orkest, net zoals vroeger in de
kerk mijn vader wel eens letterlijk een handje hielp om de melodie te
octaveren, en zo een duidelijke begeleiding te realiseren! Het publiek
in Groningen zong niet heel fijn mee met het Wilhelmus. Het Lang zal
hij leven ging ze beter af!
Over in de kerk spelen gesproken: Toen er een vacature was voor
organist in de Martinikerk werd aan sollicitanten de eis gesteld:
kunnende transponeren. (Alsof je een timmerman vraagt of hij een
hamer weet te hanteren…) Historische orgels staan soms een halve
toon, soms nog wel meer, hoger gestemd dan we tegenwoordig
gewend zijn, en dan is het prettig voor de kerkgangers als de organist
de liederen wat lager speelt. Dat zingt lekkerder maar speelt soms wel
een stuk beroerder. Maar dat geeft niet, je hebt als organist een
dienende taak!
Afgelopen zondag speelde ik in Farmsum. Ook zo’n orgel dat een
halve toon hoger gestemd staat. Heel wat liederen deed ik een hele of
halve toon lager dan normaal, al naar gelang de toonsoort waarin ik
terecht zou komen. Aan het eind van de dienst (na de zegen
trouwens!) zongen we het Wilhelmus. Het dilemma, in F of in G, deed
zich niet voor. Ons volkslied klonk stralend in Fis groot. Ik kon daar
dus wel, gelukkig, gewoon de toetsen van F groot voor gebruiken.

Klussen
(12 mei 2018
)

Kies exact! Het was de roep die klonk om jonge mensen te stimuleren
zich toch vooral in de Bèta vakken te verdiepen. Omdat elke actie ook
weer een reactie oproept hoorde je al snel: Kies creatief! Want als
iedereen techniek en wiskunde gaat studeren krijgen we maar een
saaie samenleving.
Gelukkig gaat het tegenwoordig goed met vrouwen in de techniek. Het
CBS heeft het onderzocht. Tien jaar geleden koos van de HAVO
meisjes slechts 2 procent het profiel Natuur en Techniek. Op het VWO
was dat 6 procent. Dit jaar was het op het HAVO 10 procent en van
de VWO-meisjes ging zelfs 28 procent voor de techniek.
Ikzelf koos ooit voor de muziek. Niet bepaald een bèta-vak. Terwijl ik
wel uit een technisch geslacht kom… Mijn voorvaderen waren
bouwers. Timmerlieden vooral. Mijn vader werd ook al geen bouwer.
Maar hij was wel een handige klusser die heel wat kasten en tafels in
elkaar heeft gezet. Voor een nicht van me timmerde hij een
poppenhuis, en ikzelf was in het trotse bezit van een garage op een
plankier van wel 75 bij 75 centimeter. Hij had twee verdiepingen, en er
ging een brug naar boven, en er zat een schuifdeur in, en allemaal
kunstig gefiguurzaagde raampjes; het was, kortom, een prachtig
geheel. Hoewel pa een enthousiast klusser was, was hij geen
schilder. Toch had hij de garage een mooi geel verfje gegeven en het
dak was, hoe kan het anders, rood. De schuifdeur was mooi, zoals het
een garage uit de vijftiger jaren betaamt, garagegroen geschilderd.
Er zaten ook elektrische lampjes in en op het plein voor de garage
stond een benzinepomp met twee pompen en een belletje. Daarmee
kon de dinky toy automobilist de pompbediende oproepen. Later
begreep ik dat mijn vader van dat belletje nog wel spijt gehad had.
Mijn huisgenoten werden, zo schijnt het, op den duur haast stapelgek
van het eindeloze gerinkel van dat ding.
Als mijn pa aan het klussen was mocht ik daar graag naar kijken. En
ongemerkt leerde ik heel wat handigheidjes en trucjes, bijvoorbeeld
om het hout niet te laten splijten als je er een spijker in joeg of een
schroef in draaide.
Hij had trouwens de gewoonte om ouwe kromme spijkers weer recht
te slaan. Dan kon je ze weer gebruiken. Het was niet de tijd van
weggooien. Het was een van de weinige klusjes waar ik hem als kind
bij mocht helpen. Verder mocht ik nergens aankomen…
Toen ik, eenmaal volwassen geworden, best aardig overweg bleek te
kunnen met hamers, spijkers en schroeven was pa verbaasd. Hij
vroeg zich af waar ik dat geleerd had. “Door te kijken als mijn vader
bezig was!”
Dat is nog steeds een beproefde manier van dingen leren: nadoen
wat je iemand ziet doen die het al kan! Net zoals je vroeger een
meester en een gezel had.
Niet dat ik nou een fantastische amateur meubelmaker ben geworden,
dat gaat wat te ver, maar het wat steviger timmer- en kluswerk lukt
wel, zeker als ik er de tijd voor neem. En ik doe het nog graag ook.
Dat onze meisjes meer en meer voor techniek kiezen las ik in een
artikel in de krant. Er stond een plaatje bij van iemand die bezig was
een plank door te zagen die ze in een bankschroef had geklemd. Ze
had hem op de zijkant staan. Het zag er ontzettend onhandig uit. Dat
zou mijn pa nooit zo gedaan hebben. En ik ook niet!

Nostalgie
(19 mei 2018
)

Onze televisie had de gewoonte, als je hem uitzette, te onthouden
welke zender je als laatste gekeken had. Als je hem dan later weer
inschakelde kwam die er automatisch weer voor.
Grote hilariteit als een van de kinderen de tv aanzette en Nostalgie-TV
in beeld kwam. “Jullie worden langzamerhand toch wel erg oud…”
was dan nog de vriendelijkste reactie die we kregen.
Nostalgie TV heet nu ONS, en je kunt er kijken naar een ouwe
Engelse Dierenarts, Flying Doctors, Medisch Centrum West en zelfs
De Fabriek, met zijn mooie inleidende muziek. Je merkt dan hoe
langzaam het vroeger allemaal ging. Soms is dat storend, maar soms
is het ook een verademing. En het is natuurlijk genieten van het
straatbeeld, met lelijke eendjes, Volkswagen kevers, Fiatjes, en wat al
niet. Wat in die tijd als auto een middenklasser mocht heten is nu een
klein autootje. En leuk om knappe jonge acteurs en actrices te zien
die tegenwoordig vooral worden ingezet als oude mensen, tot
Sinterklaas aan toe.
Je hebt ook van die Engelse detectives die in de zestiger jaren
spelen. Met oude bureaus en typemachines. Prachtig vind ik het.
Op de publieke omroep hebben we Max. Voor ouderen, voor ons dus.
Momenteel zit Max op Nederland 1 om zeven uur op de plaats waar
Matthijs van Nieuwkerk doorgaans tekeer gaat. Ook dat is een
verademing. Waar Van Nieuwkerk er op uit is mensen te prikkelen en
uit te dagen, wil Max het vooral gezellig houden. Niet alles is zwart-
wit, er is ook nuance. Interviewers stellen vragen met de bedoeling
daar een antwoord op te krijgen. En ze luisteren ook naar dat
antwoord, al zijn ze soms ook intussen bezig de volgende vraag op te
zoeken, maar ik, als kijker en luisteraar, krijg in ieder geval de
gelegenheid het antwoord tot mij te nemen.
Niet dat dat nou altijd een even groot feest is. Niet elke gast is een
geboren verteller. Als je ooit ergens geweest ben kun je daar verslag
van doen, en je hebt van die mensen die niet te beroerd zijn om de
hele context er bij te vertellen. “In die tijd was ik zus of zo, en omdat je
toen….” Enfin, het neuzelt soms maar door zonder te boeien, en ik
heb me er wel eens op betrapt dat ik stiekem een beetje verlangde
naar Van Nieuwkerk, die altijd korte metten maakt met mensen die
lang van stof zijn.
Van de week was een van de gasten Jan Janssen die vijftig jaar
geleden de Tour won. Met 38 seconden verschil, na een dikke
drieduizend kilometer. Mijn vader, geen groot sportliefhebber, begreep
de opwinding niet. Hij vond het maar vreemd dat je zo ver rijdt en dan
pas op het laatst een klein verschilletje maakt. “Hij was dus niet véél
beter dan Van Springel!”
In het gesprek werd ook even het fenomeen doping aangestipt.
Janssen maakte de grap dat hij ooit gedoopt was, maar “doping
bestond in die tijd nog niet...”
Ik moest aan Tommy Simpson denken. De beelden zie ik nog duidelijk
voor me. Bij de beklimming van de Mont Ventoux (in 1967) viel hij van
zijn fiets, mede als gevolg van het feit dat zijn lichaam stijf stond van
de doping. De presentatoren van dienst hadden die associatie
blijkbaar niet en vroegen er ook niet naar. Het moest wel gezellig
blijven!
Ze lieten wel de beelden zien van de winst van Jan Janssen. Huilend,
met zijn zonnebril, nostalgisch, in zwart-wit.

Praten
(26 mei 2018
)

Willen we meer of minder Marokkanen? Het is alweer een tijdje
geleden dat Wilders die vraag stelde. Hij staat wegens die uitspraak
voor de rechter. Ik heb geen idee of het om haat zaaien gaat of om
discriminatie. Elke keer als het er over gaat in het journaal (het vormt
de opening, al stort er een vliegtuig neer of wordt er een aanslag
gepleegd) komen de beelden langs en zie ik weer dat mannetje dat
naast Wilders staat en dat voorzichtig enthousiast in zijn handen staat
te klappen. Ik vraag me dan steeds af wat hij er zelf van zou vinden
als hij het terugziet. Het lijkt me tamelijk gênant. Wilders heeft de
rechtbank gewraakt, een term die ik pas ken sinds dit allemaal aan de
orde is, en hij krijgt andere rechters. Die moeten zich eerst in het
dossier inlezen, dus de zaak gaat nog wel even door. Voer voor
praatprogramma’s, waarin complimenten worden uitgedeeld aan de
rechterlijke macht dat die rechters inderdaad vervangen zijn.
En er is de rechtszaak tegen Willem Holleeder die dag in dag uit de
aandacht vraagt. Een zus getuigt tegen hem. Ze schreef er een boek
over en toen dat goed verkocht werd nog een. Ze zou met toevallig (?)
ontdekte opnames deze week voor de genadeslag zorgen. Die slag
bleef uit, en ook dat is dan weer aanleiding voor veel gepraat in
praatprogramma’s.
Er werd een aanslag gepleegd in Den Haag door een verwarde man
die Allah Akbar riep. De burgemeester moest door het stof omdat ze
dat niet direct genoemd had. En de familie van de man wil de GGZ
aanklagen omdat men had moeten weten dat hij gevaarlijk was, en
had moeten voorkomen dat hij een aanslag zou plegen. Wel makkelijk
om de instanties de schuld te geven.
Ook dat verhaal kwam regelmatig langs, en we hadden minister
Grapperhaus, die het wel begrijpelijk vond, nadat Pauw hem daar
eindeloos over had doorgezaagd, dat we kinderen van
geradicaliseerde ouders uit Syrië terug zouden willen halen, en ook hij
moest door het stof, want Mark Rutte denkt daar heel anders over…
Waar ook veel werd gepraat was in de aanloop naar de trouwdienst
van prins Harry en zijn Meghan Markle. In de studio zat een
deskundige mevrouw die nieuwslezeres Amber (blijkbaar uit te
spreken als Ember) vertelde wie ze allemaal gezien had, maar van de
mensen die wij zagen moesten we zelf maar zien te achterhalen wie
dat waren. Met prinses Ann lukte dat nog wel, maar er waren ook heel
wat bekende gezichten waarvan je dacht: wie is dat toch, en dan zou
zo’n deskundige juffrouw heel praktisch kunnen zijn. Ze leuterde maar
door, ook dwars door de inleidende muziek in de kerk, uiteraard ook
weer over de vader van de bruid die zich tegen betaling had laten
fotograferen, ook al zo’n onderwerp dat dag in dag uit in elke talkshow
langs was gekomen. Gelukkig had de man een hartoperatie
ondergaan, een goed excuus om hem thuis te laten. De deskundige
mevrouw was ook zo blij dat er veel zwarte mensen in de kerk waren.
Een Amerikaanse bisschop hield een toespraak, en zelfs in het koor
stond een zwart jongetje! Door zo’n juffrouw valt je dat nog op ook.
Maar soms lijkt het wel een ziekte daar in Hilversum, al dat gepraat…
“Dit onderwerp lijkt me wel uitputtend behandeld,” zegt Gera altijd als
de kinderen (of ik…) ergens te lang over door zeuren.
En zo is dat.

Studenten
(2 juni 2018
)

We maakten ooit een Bachreis met een groep deeltijdstudenten. U
weet wel, van die oudere dames en heren die nog een studie
beginnen, zoals die ene studiegenoot van wie zijn volwassen kinderen
zeiden dat hij studeerde voor emerituspredikant. We bezochten
plekken waar Bach gewerkt had, hoorden dat het Bachhaus niets met
Bach te maken had, en we bespeelden orgels in de kerken waar we,
dankzij onze docent/reisleider, makkelijk ingang hadden.
Overal kregen we, als studenten, korting, en een speciaal studiefonds
verleende ook nog subsidie. Jammer dat in Leipzig op onze laatste
dag werd ingebroken in de auto van de docent. De terugweg reden
we daardoor met een gangetje van 80 kilometer per uur weer naar
Nederland omdat de provisorisch door de Duitse wegenwacht
geplaatste plastic zijruit een hogere snelheid niet zou overleven. Ik
heb toen met onze Citroën BX een zuinigheidsrecord gebroken. We
reden gemiddeld 1 op 24. Diesel, dat wel.
Iets anders. Onze meester vroeger was onze meester, en de meester
van klas zes was de bovenmeester. In het ziekenhuis werkten zusters
en de baas was gewoon de baas. Meester werd leraar, de
bovenmeester werd directeur, de zuster verpleegkundige en de baas
is tegenwoordig manager.
Ik dacht even dat het in die lijn was dat leerlingen van het MBO er
voor pleitten om student te worden genoemd. Uit een soort jaloezie,
een soort streven naar meer erkenning. Het was uiteraard onderwerp
in een praatprogramma en dan hoor je weer van die vreemde
meningen. Ene meneer Schimmelpenninck, niet bepaald een naam
van de straat zou je zeggen, vond dat ze trots moesten zijn dat ze een
vak leren op het MBO. Hij suggereerde daarmee eigenlijk dat
studeren vaak flauwekul is maar leren op het MBO serieus, want daar
leer je een vak dus. Ik zou zeggen dat het een het ander niet hoeft uit
te sluiten. Iemand die medicijnen studeert en dokter wordt heeft ook
een vak geleerd zou je kunnen zeggen.
Maar het blijkt helemaal niets met frustratie of een roep om erkenning
te maken te hebben. MBO’ers willen best scholier heten, maar dan
wel, net als studenten, en dat zou je wel jaloezie kunnen noemen, de
voordelen van het studentzijn: korting, een studentenkaart en weet ik
wat al niet.
Als je aan een universiteit les krijgt ben je student en volg je colleges.
De leraar is dan vaak een professor. Meer en meer hoor ik leraren
aan het HBO die zeggen dat ze college moeten geven. Bij het MBO is
dat bij mijn weten nog niet het geval. “Het is ook helemaal niet erg als
je goed met je handen kunt werken,” hoor ik jongeheer
Schimmelpenninck zeggen, “het is zelfs heel handig!” Ja, het woord
komt daar vandaan! Alleen jammer dat het nog steeds zo schijnt te
zijn dat technisch en handig pas aan de orde zijn als intelligent en slim
te hoog gegrepen zouden zijn. Volgens mij hebben we aan praktische
intelligentie veel meer dan aan al dat, al dan niet quasi, intellectueel
geleuter van figuren met vage studies die zich, het liefst zonder zelf
vuile handen te maken, van het ene naar het andere interessante
project spoeden.
En of je jezelf nou student noemt of scholier, leerling of desnoods
discipel, uiteraard heb je recht op zoveel mogelijk mogelijkheden om
jezelf te ontwikkelen. En die ontwikkeling moet ook zoveel mogelijk
gestimuleerd worden, lijkt me. Sowieso moet elke MBO’er de
gelegenheid krijgen ooit een gesubsidieerde Bachreis te maken!

Wethouders
(9 juni 2018
)

Dingen moeten geregeld worden. Als je iets met elkaar afspreekt,
maar het vervolgens niet doet, gaat het mis. Duidelijk moet zijn wie
het voortouw neemt, wie verantwoordelijk is. Of dat nou op de
voetbalclub is, op een koor, in de kerk, of in een gemeente, het gaat
allemaal niet vanzelf.
Bij een voetbalclub spreek je af wie de contacten met de sponsoren
onderhoudt, hoe je het regelt met het wassen van de shirtjes, en alles
wat daar tussenin zit. Daarvoor kies je een bestuur. Dat bestuur
bestaat uit betrokken clubleden. Want als je niet betrokken zou zijn
stel je je natuurlijk niet beschikbaar. Ook in de kerk gaat dat zo. Alleen
heten die bestuursleden dan ambtsdragers.
Sommige dingen worden uitbesteed aan beroepskrachten. Je kan nog
zo’n betrokken voetballer zijn, een training geven vereist vakkennis,
niet ieder koorlid is ook in staat om het koor op gang te houden, en
voor het houden van een preek is ook enige vakkundigheid op dat
gebied nodig.
Tot een jaar of wat geleden ging het in de gemeentepolitiek ook zo.
We kozen een gemeenteraad en de gemeenteraadsleden stelden uit
hun midden het college van Burgemeester en Wethouders samen.
Ideaal vonden we een afspiegelingscollege, een samenstelling waarbij
elke fractie zich vertegenwoordigd voelde.
Op een gegeven moment werd het dualisme ingevoerd. De
wethouders werden niet meer gekozen uit de gemeenteraad, maar
kwamen van buiten. Niet echt van buiten, ze hoorden, als betrokken
burger, bij de partij waarvoor ze zitting namen in het college. Ik zeg:
betrokken burger, want uiteraard woonde de wethouder in de
gemeente. Soms lukte het niet om in de eigen gelederen een geschikt
kandidaat te vinden. Mensen konden niet, of wilden het niet, en dan
werd er echt een wethouder van buiten benoemd. Die kreeg dan van
de gemeenteraad het eerste jaar vrijstelling van de wettelijke
verplichting in de gemeente te komen wonen. Vaak het tweede jaar
ook, maar het kon ook zomaar gebeuren dat op den duur niemand het
meer kon schelen waar de wethouder woonde. Ik ken wethouders die
een periode in Noord-Groningen bestuurden, daarna een tijdje in
Zuid-Holland, en vervolgens weer, elders in Groningen. Het kan
allemaal best natuurlijk, maar van het aloude afspiegelingscollege,
van wethouders die de gemeente van binnenuit kennen, is al lang
niets meer over.
In dat verband is het wel grappig dat net deze week uit een onderzoek
is gebleken dat de samenstelling van de meeste colleges weer
helemaal voldoet aan wat tegenwoordig als faliekant fout wordt
ervaren: de bekende blanke hetero man van minimaal vijftig jaar oud.
De gekleurde medelander is percentueel ondervertegenwoordigd. Er
zijn veel minder wethouders met een niet-Nederlandse achtergrond
dan je, gezien hun percentage in de samenleving, zou verwachten.
Niet bepaald een ‘afspiegeling’ van de samenleving.
Na het probleem van ‘te weinig vrouwen’ hebben we nu deze ramp…
Het zou natuurlijk kunnen, volgens mij kan dat heel goed zelfs, dat
heel veel van de bedoelde groepen mensen niet politiek
geïnteresseerd zijn, ook onder de vele blanke hetero’s van ruim vijftig
jaar heb je van die lui.
Ik las een verhaal van een donkere mevrouw van D66 die bij drie
gemeentes had gesolliciteerd. Ze was nergens aangenomen. Het
irritante vind ik dan dat zo’n afwijzing al gauw ‘discriminatie’ wordt
benoemd. Maar wat moet ik met ‘een mevrouw’, ‘ergens uit
Nederland’,  in mijn gemeente als wethouder? Ik wil een betrokken
dorps- of stadgenoot. De kleur of welk geslacht hij, zij, of het heeft, zal
me een zorg zijn!

> COLUMNIST
> STARTPAGINA


De nieuwste column :

> COLUMNIST
> STARTPAGINA

Hendrik Groen
(9 juni 2018
)

Het was een bejaarde man, en ik had er een beeld bij. Hij schreef
twee prachtige boeken over zijn leven in een bejaardenhuis en vorig
jaar kwam er een tv-serie. In die serie zag hij er anders uit dan ik me
had voorgesteld, en de andere personages waren lang niet zo bejaard
als ik had verwacht. “Dat komt omdat je zelf ook steeds ouder wordt,”
werd me gezegd. Afgezien daarvan: Toen ik het boek las zat ik soms
hardop te schaterlachen om de manier waarop de hilarische
toestanden in het bejaardenhuis werden beschreven, maar kijkend
naar de televisieserie vond ik de humor een stuk minder
indrukwekkend.
Blij verrast was ik dan ook dat er afgelopen week opeens een nieuw
boek van de man (of vrouw, maar ik neem aan man) die zichzelf
Hendrik Groen noemt bleek te zijn verschenen.
Het is weer prachtig geschreven. Hoewel de hoofdpersoon nu nog
maar 50 jaar is, is de stijl dezelfde als van zijn bejaarde alter ego.
Genieten van schitterende observaties. (Ik zat, in de wachtkamer bij
de dokter, weer hardop te lachen…) Zo heeft hij het over Nederland
als enige land ter wereld waar we, speciaal om eekhoorns te laten
oversteken, viaducten bouwen, die dan overigens door de bedoelde
eekhoorns stelselmatig blijken te worden genegeerd.
Deze week zag ik in het journaal een bouwbedrijf dat speciale
dakpannen maakt waar mussen nesten in kunnen bouwen. Het ziet er
sympathiek uit. Maar we vinden het nodig omdat we tegenwoordig
huizen maken zonder de gaten en kieren waar allerlei gedierte (ik kijk
wel uit om het over ongedierte te hebben!) vroeger een plaats kon
vinden.
Ik sprak iemand, een diervriendelijke agrariër, die zijn schuur open
laat zodat de zwaluwen in en uit kunnen. Daardoor verleent hij ook
logies aan een uil en bivakkeren er vleermuizen en mussen. Mocht hij
die schuur willen verbouwen, dan mag dat niet omdat hij dan die
vleermuizen, zwaluwen, mussen en uil verstoort. Hij kan het probleem
makkelijk oplossen. Volgend voorjaar gewoon de schuur dicht
houden. Zijn gasten kunnen dan niet meer daarbinnen nestelen en
vervolgens is het geen enkel probleem om de schuur bouwtechnisch
aan te pakken. Onze regelgeving zorgt er voor dat zijn
diervriendelijkheid tégen hem werkt.
Ik ken een aannemer wiens grootste zorg is, wanneer hij een
verbouwing onder handen neemt, dat hij ergens een vleermuis
tegenkomt. Hij adviseert zijn werknemers dan om het dier mee te
nemen en een paar kilometer verderop weer vrij te laten. Dat spaart
een boel gezeur zal ik maar zeggen.
Nog meer dieren: Het ziet er naar uit dat we nu toch echt een eigen
wolf hebben in Nederland. Het dier schijnt zich hier gevestigd te
hebben. Niet iedere schaapherder in Drenthe is daar blij mee, maar
voor de wolvenliefhebber maakt een schaap meer of minder niet uit.
En, anders dan langstrekkende wolven, grijpen dieren die hier thuis
zijn niet naar de schapen van de buurman, wordt er verteld. Ze
hebben genoeg aan wat er in het wild beschikbaar is. De vraag is dan
wel óf er überhaupt genoeg reeën en wilde zwijnen rondlopen om die
wolf in leven te houden. Natuurlijke vijanden heeft het beest niet,
alleen de mens, maar die wil van geen enkel dier de natuurlijke vijand
zijn.
Ons volgende project wordt vast een viaduct voor wolven, zodat die
ook zonder gevaar voor eigen leven heel het land door kunnen.
Hendrik Groen heb ik intussen uit. Niet alleen prachtig geschreven,
ook nog eens een verrassende plot!

Kees Steketee

> COLUMNIST
> STARTPAGINA